Van pioniers tot beschermers:
De evolutie van nationale parken in Nederland

Nationale parken zijn de kroonjuwelen van de natuurlijke schoonheid in ons land. Ze bieden een thuis voor planten, dieren en natuurliefhebbers. Het zijn dé plekken in Nederland met rijke biodiversiteit en waardevolle ecosystemen. In Nederland hebben nationale parken een bijzondere geschiedenis, die teruggaat tot de pioniers die het concept van natuurbescherming omarmden. 

 

De bakermat van de Nederlandse nationale parken ligt in de Verenigde Staten. Het concept van een nationaal park als een groots, door de staat beschermde en afgebakende wildernis, bedoeld voor recreatie en van nationaal belang, kreeg daar vorm met de stichting Yellowstone National Park in 1872. Dit park diende wereldwijd als voorbeeld. Het eerste Europese nationale park volgde op 24 mei 1909: Sarek, gelegen in Zweeds Lapland. Inmiddels telt Europa honderden nationale parken, waarvan er 21 in Nederland liggen.

 

Het duurde nog tot 1930 voordat het eerste nationaal park in Nederland ontstond: Nationaal Park Veluwezoom. Natuurmonumenten speelde daar een cruciale rol. Zij verwierven vanaf 1911 stukken land. Door Veluwse landgoedeigenaren in staat te stellen om hun grond over te dragen aan de vereniging, ontstond een aanzienlijk gebied dat door velen werd gewaardeerd en als nationaal park werd beschouwd. Spoedig volgde in 1935 de oprichting van Nationaal Park De Hoge Veluwe, gelegen in het voormalige jachtreservaat van de Kröller-Müller familie.

 

 

Nationaal Park De Hoge Veluwe

 

De Nederlandse parken waren op veel manieren anders dan de Amerikaanse voorlopers. Ze draaiden niet om grote stukken ongerepte natuur. Bosbeheer betekende in die tijd vaak houtoogst – het kappen van hout was geen taboe in de Veluwse parken. Toch werden er al wel delen aangewezen waar de natuur beschermd moest worden.

 

In 1950 ontstond Nationaal Park De Kennemerduinen (nu bekend als Nationaal Park Zuid-Kennemerland). Vanaf die tijd groeide het besef van de noodzaak van uniforme richtlijnen voor nationale parken wereldwijd. In 1969 kwamen binnen de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN afspraken tot stand over de aard en status van een nationaal park. Volgens deze definitie is een nationaal park een natuurgebied van aanzienlijke omvang dat wordt beschermd en waarvoor de hoogste autoriteit in een land verantwoordelijk is. Natuurbehoud staat voorop, maar recreatief medegebruik is mogelijk zolang dit geen schade aanricht aan natuur en landschap.

 

In navolging van deze ontwikkelingen besloot de Nederlandse overheid in de jaren 80 tot de oprichting van een stelsel van nationale parken. Tijdens de zoektocht naar gebieden die de status van nationaal park verdienden, werden verschillende gebieden overwogen en vele passeerden de revue. Sommige werden afgewezen, terwijl andere, zoals de Oosterschelde, pas later als potentiële kandidaten werden beschouwd. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit benoemde in totaal nog 18 nationale parken, met als meest recent familielid Nationaal Park Nieuw Land, dat in 2018 werd aangewezen als nationaal park.

 

Nationaal Park Nieuw Land

 

Vandaag de dag bestaat het stelsel officieel uit 21 nationale parken. Hollandse Duinen (Zuid-Holland) en Van Gogh (Noord-Brabant) hebben een aanvraag gedaan voor de status Nationaal Park. 

 

Bekijk alle nationale parken in Nederland